Esther Schouten en Ernesto Hoost

dinsdag 22 februari

Hij zette vier jaar geleden een punt achter een K1-bokscarrière die hem wereldfaam bezorgde. Zij sloot op 18 oktober 2010 haar indrukwekkende boksloopbaan af met haar vijfde wereldtitel. Ernesto Hoost en Esther Schouten trainden beide aan het eind van hun sportleven op de plek waar ze ook ooit begonnen: bij sportschool Sokudo in Hoorn. HIER in Westfriesland zocht ze daar op.

Als kind had het woord ‘kickboksen’ voor Ernesto (45) een bijzondere aantrekkingskracht. “Het impliceerde klappen en trappen, dat trok me wel”, herinnert hij zich. “Toen ik dertien was vroeg ik dus aan mijn vader of ik op kickboksen mocht in Amsterdam. Die antwoordde dat het oké was, zodra er een sportschool zou komen in Hoorn. Ik had geluk, want twee jaar later startte Ton Vriend met Sokudo.” Voor Esther (32) begon de passie voor de sport eveneens rond haar vijftiende, toen haar broer op kickboksen ging. “Ik ben altijd een meisje van de straat geweest en ik vond dat kickboksen wel interessant”, vertelt ze. “Mijn ouders vonden het maar niks, maar op een bepaald moment konden ze me niet meer tegenhouden en begon ik ook bij Sokudo.”

Uitdaging

Beide startten aanvankelijk met thaiboksen, maar Esther maakte al vrij snel de overstap naar het ‘gewone’ boksen. “Bij de vrouwen was de spoeling dun, dus er waren ook weinig wedstrijden”, legt ze uit. “En zo’n uitdaging heb ik wel nodig. De markt voor het vrouwenbóksen is groter, helemaal in landen als Duitsland en Frankrijk. Toen ik een aanbieding kreeg om een keer in Duitsland te komen boksen, pakte dat heel goed uit. Ik had er meteen mijn naam gevestigd, vandaar dat ik besloot om me voortaan dáárop te gaan richten. Uiteindelijk heb ik veel in Duitsland gebokst. Er is daar bovendien meer exposure voor de sport op tv. Daarom wordt er meer betaald voor tv-contracten en was het financieel aantrekkelijker voor me om daar te vechten. Hoewel ik er niet rijk van ben geworden, hoor. Nu ik gestopt ben moet ik gewoon aan de slag in een baan.”

Genieten

Bij Ernesto ligt dat anders. “Ik heb geluk gehad dat mijn tak van sport, de K1, ontzettend populair is in Japan en veel tv-kijkers trekt. Mijn best bekeken wedstrijd had daar een kijkdichtheid van 34 procent, dat was het hoogste kijkcijfer dat ooit in Japan was gescoord.” “Dacht je daar op dat moment over na, dat er zoveel mensen keken?”, is Esther benieuwd. “Nee, dat realiseerde ik me achteraf eigenlijk pas goed”, antwoordt Ernesto. “Wel was ik relaxed genoeg om te kunnen genieten van het publiek. Er zaten toen 75.000 mensen in de zaal. Dat ik daar achter het gordijn stond te wachten en dat mijn naam geroepen werd, dat was wel het mooiste moment uit mijn carrière.” “Voordat ik ziek werd, kon ik niet op die manier van dat soort momenten genieten”, vertelt Esther. “Ik zat echt helemaal in de wedstrijd en ik dééd het gewoon. Later vóelde ik veel meer.” “Daar zit ook een risico aan…”, geeft Ernesto aan. “Ja, dat de scherpte eraf gaat”, reageert Esther. “Maar daar had ik gelukkig geen last van.”

Harde strijd

De ziekte waarop Esther net doelde, was de lymfeklierkanker die in 2007 bij haar werd geconstateerd. Zij leverde het gevecht van haar leven en won. “De sport is in die tijd een belangrijke drijfveer voor me geweest”, vertelt ze. “Ik ging ervan uit dat ik het zou redden, ik wilde per se de ring weer in. Die positieve instelling heeft me geholpen, denk ik. Hoewel ik begrijp dat Maarten van der Weijden (langeafstandszwemmer die kanker overwon en Olympisch kampioen werd, red.) in zijn boek stelt dat je ook gewoon geluk moet hebben. Toeval speelt inderdaad een rol, maar je moet de kracht van de geest niet onderschatten.” “Er schuilt letterlijk een vechter in jou”, beaamt Ernesto, die Esther in die tijd volgde. “Je hebt je niet laten tegenhouden door een ziekte.” Dat zelfde geldt echter ook voor hemzelf. In 1998 zou hij zijn K1 Grand Prix titel verdedigen in Japan. Maar een week daarvoor kreeg hij te maken met een ontsteking die bleek te zijn veroorzaakt door een chronische huidziekte. “Ik heb wel gevochten, maar ik verloor mijn titel”, vertelt hij. “Het terugveroveren van die titel is ook voor mij een belangrijke drijfveer geweest om beter te worden. Nu kan ik mijn huidziekte trouwens goed onder controle houden.” “Had dat destijds met stress te maken?”, wil Esther weten. “Absoluut”, stelt Ernesto. “De druk van andere mensen en mezelf was groot. Maar nu herken ik de signalen en neem ik op tijd mijn rust. En ik draag vaak handschoentjes, net als Michael Jackson, omdat met name de huid op mijn handen heel gevoelig is.”

Goede basis

Dat beide sporters dezelfde basis hebben en beide zo ontzettend succesvol zijn geworden in hun tak van de bokssport, is volgens hen geen toeval. “Ton Vriend van Sokudo heeft het vermogen om talent optimaal te ontwikkelen”, legt Ernesto uit. “Zowel Esther als ik hebben veel aan hem te danken.” Voor beide was dat ook de reden om hun carrière samen met hem af te sluiten. Voor Ernesto is dat nu vier jaar geleden. “Ik zou nog wel kunnen vechten, ik zit nog steeds tegen de top aan”, voelt hij. “Maar om echt op topniveau te boksen moet je veel laten en dat heb ik er gewoon niet meer voor over.” Esther herkent dat. “Het was genoeg geweest”, stelt ze. “Zeventien jaar heb ik geleefd voor deze sport, het is altijd mijn passie geweest. Maar er zijn nu andere aspecten in mijn leven die een belangrijke rol gaan spelen. Ik zou bijvoorbeeld graag kinderen krijgen, maar in een leven als topsporter is daar geen ruimte voor. Het is nu iets waar ik aan kan gaan denken.”

Afscheid

Ernesto vertelt dat hij zijn eigen afscheid eigenlijk al een jaar eerder had gepland. “Maar toen kreeg ik dus die huidziekte, waardoor ik het moest uitstellen. Toen ik uiteindelijk aan mijn laatste toernooi begon, had ik de instelling dat ik wel zou zien hoever ik zou komen. Maar toen ik de halve finale verloor realiseerde ik me ineens: nu is het echt afgelopen.” “Moest je huilen?”,  vraagt Esther. “Ja, toen begon ik wel te huilen”, geeft Ernesto toe. “En jij?” “Nee, ik hoefde niet te huilen”, antwoordt Esther. “Ik heb gewoon enorm genoten van de hele avond. Vanaf het begin had ik de wedstrijd helemaal onder controle. En als je dan wint in een uitverkocht Carré, voor je eigen fans en je eigen familie, dan is dat natuurlijk een fantastisch afscheid.” Hoewel, afscheid? In haar afscheidsspeech in de ring impliceerde Esther dat ze wellicht gaat meedoen aan de Olympische Spelen van 2012. Hoe zit dat? Esther: “Ik ben daarvoor onder meer gevraagd door Arnold van der Leijden (oud-bokser, red.), maar de kans dat het echt doorgaat schat ik eerlijk gezegd heel klein. Daarvoor ben ik te lang prof geweest, hoewel de meeste Olympische tennissers ook gewoon prof zijn. Ik hoop binnenkort uitsluitsel te krijgen en tot die tijd blijf ik fit. Gaat het door, dan plak ik er gewoon nog twee jaar aan vast. En anders heb ik een geweldig afscheid gehad.”