Museumstoomtram, Hoorn-Medemblik
In het dagelijks leven is Jaap Nieweg directeur van de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik. In zijn vrije tijd is hij vrijwilliger bij dezelfde organisatie. Een verhaal over passie voor geschiedenis én een persoonlijke fascinatie voor stoomtrams.
Sinds 1973 is Jaap Nieweg –hoewel hij tussen 1981 en 1992 elders bivakkeerde- als directeur aan de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik verbonden. Een participerend directeur, want op vrijdag is hij zelf de machinist op een van de stoomlocomotieven. “In een organisatie met driehonderd vrijwilligers kan het niet anders dan dat de mensen in het management ook hun handen laten wapperen. En dat willen ze ook, want daar hebben ze voor gekozen. Iemand die een gewone baan wil, moet vooral ergens anders gaan werken.” Zijn passie verklaart hij aan de hand van een zwartwit foto uit 1956: kleine Jaap staat trots voorop de stoomtram die tussen Doetinchem en Doesburg reed. Als jongen van achttien voelde hij hier in Hoorn weer wat hij toen als jongetje van zes voelde. “Je moet een passie voor geschiedenis hebben”, stelt Jaap Nieweg nog vóór de passie voor treinen. “De collectie is ons uitgangspunt van alles wat we doen in presentaties. Ons museum vertelt het verhaal van plattelandsrailvervoer tussen pakweg 1880 en 1965.” De stoomtram was de logische opvolger van de paardentram en vanaf 1879 reed de eerste stoomtram tussen Den Haag en Scheveningen.
Rembrandt en Van Gogh
De kopstukken van de collectie van het museum worden naast Bello en Locomotief 26 van de Limburgsche Tramweg-Maatschappij, gevormd door twee vierkante locomotieven. Ze worden ook wel de ‘Rembrandt en Van Gogh van de Museumstoomtram’ genoemd. “Deze trams reden gewoon door de straat in dorpen en steden. Door de constructie zonder bewegende delen aan de buitenkant waren ze redelijk veilig. Tram 18 reed tussen ’t Gooi en Amsterdam, met een eindpunt op het Weesperplein. Die reed gewoon over wat nu lijn 9 is, door de Linnaeusstraat. De 8 werd ingezet tussen Den Haag, Rijswijk en Delft. Later tussen Leiden en Heemstede en vanaf 1933 als rangeerlocomotief in Hoensbroek.” Eén daarvan reed in Hoorn vanaf de Korenmarkt via Blokker door de Streek naar Enkhuizen. “Het hoort echt bij deze streek. Er reed ook een tram tussen Wognum en Schagen en van Kwadijk naar Edam en Volendam.” De twee vierkante locomotieven worden door de Museumstoomtram niet heel vaak ingezet op het traject tussen Hoorn en Medemblik. Jaap Nieweg: “Tram 8 heeft maximaal 600 liter water bij zich en moet daarom in Wognum nieuw water innemen, anders haalt ie Medemblik niet. Het zijn kleine locs met een kleine capaciteit. Ze missen de paardenkrachten die Bello bijvoorbeeld wel heeft. Deze trams trekken de kortere treinen op de vroege rit in het hoogseizoen. Ze rijden dus beperkt voor het grote publiek. Jammer, maar praktisch gezien het beste.”
Veranderingen
De wereld verandert en Westfriesland dus ook. Maar betekent het veranderende landschap een bedreiging voor de Museumstoomtram? “De gemeente Medemblik heeft ooit een landschapsplan geschreven omtrent de Kromme Leek. Daarin wordt bekeken hoe je om kunt gaan met de veranderende omstandigheden. Je kunt de wereld niet stilzetten en dat moet je ook niet willen. Zelfs niet als directeur van een museum. In de verkaveling, die in het gebied rondom Abbekerk en Oostwoud in het begin van de jaren tachtig heeft plaatsgevonden, staan nu boerderijen en schuren van dertig jaar oud. Rondom die hoeves groeien inmiddels flinke bomen, het ontwikkelt zich. Dat moet je niet tegenhouden. Je zou wel eens kunnen kijken hoe je op bepaalde plekken vorm aan zou willen geven. Met de provincie Noord-Holland praten we serieus over de monumentenstatus van de spoorlijn, ook om te zien hoe je het kunt koppelen aan het landschap.” Je kunt dingen, zeker in een museum, van verschillende kanten laten zien. Duiden in het verleden, maar ook laten zien hoe de ontwikkeling naar de toekomst is. “Je moet niet willen ontkennen dat je in de wereld van vandaag leeft. Over tweehonderd jaar heeft niemand meer het idee dat hij dit zelf heeft meegemaakt, zoals ik nu heb. Dat neemt niet weg dat je er heel goed een museum over kan maken.”
Museumstoomtram
Van Dedemstraat 8 / Transferium
1624 NN Hoorn
0229 - 214 862



